Spuug

Vanaf de rustige gracht ga ik de hoek om, de Lange Viestraat op. Bam, drukte. De zoveelste eerste lentedag van het jaar heeft zich aangediend en iedereen moet ijsjes hebben of nieuwe kleren. Ik moet een nieuwe adapter kopen voor de Quatrovox V. Ook belangrijk.

Tussen al die mensen loop ik ineens achter mijn oude conrector. Niets veranderd, alleen z’n haar wat grijzer. Zou hij me herkennen? Natuurlijk niet. Er was één conrector en achthonderd leerlingen, jaar in, jaar uit. Ik blijf op vijf passen achter hem. Ik zou ‘m kunnen roepen. Hij zal zich mij toch wel herinneren? Zo’n leraar was het, die je het gevoel gaf dat hij je tien jaar later nog zou herkennen.

Ik heb ooit bijna op zijn hoofd gespuugd, bedenk ik me. Niet omdat ik op zijn hoofd wilde spugen, maar omdat ik wilde zien hoe de klodder vanaf de trappen bij Geschiedenis twee verdiepingen zou vallen en met een natte tik op de vloer bij Biologie zou spatten. We stonden met de hele klas te wachten voor het lokaal. Ik tufte. Halverwege de val draaide P. de trap op. Het spuug viel langs zijn hoofd.

De natte tik hoorde ik niet meer, ik trok mijn hoofd haastig terug achter de reling. Woest briesend kwam P. boven. Wie had er naar beneden gespuugd. Het had geen zin te ontkennen. Ik hoefde de klas niet meer in, zei hij en hij wees de gang in, naar een onduidelijke plek waar ik blijkbaar heen moest. Schuldbewust vroeg ik waarheen dan, hij was immers de conrector bij wie je je altijd moest melden. Als je dan het gevoel had dat je er onterecht uit was gestuurd kreeg je in zijn kamertje een speculaasje. Die kon ik wel vergeten.

Ik heb hem later nog een keer boos gezien, bij het eindfeest toen we geslaagd waren. Weet niet meer wat er aan de hand was, we hadden er een klerezooi van gemaakt. Als hij boos was, had je heel wat gedaan.

Het waren misschien honderd meters die ik achter hem liep en dit schoot allemaal door mijn hoofd. Nog steeds twijfelde ik of ik hem zou roepen. Wat zou ik tegen hem zeggen dan? Hoi, ken je me nog? Ik spuugde bijna op je hoofd.

Beter van niet.

Hij droeg net als tien jaar terug een te ruime zomerjas en een flodderbroek met een vouw. Vlak na de McDonalds liep hij door de draaideur de Bijenkorf binnen. Misschien om een nieuwe flodderbroek te kopen.

Er denderde een bus langs. Ik liep tegen iemand op die me uitschold. Wat moest ik ook alweer kopen? O ja, een adapter bij Primafoon. Dan ben ik straal de verkeerde kant op gelopen. Ik draai me om en ontwijk ternauwernood twee druipende ijsjes.

Leendert van der Valk | geen reacties
post-image
http://www.columnistisch.nl/2007/04/03/spuug/
ZO NIEUWE SPRONG ETC.
VR Op de redactie
ZA Vrijdagavond
VR We leven in fascinerende tijden.
DI De curve
WO Plan-B
    >>